Plantair faciitis en differentiële diagnoses Helaas wordt de term 'fasciitis plantaris' nogal eens gebruikt voor allerlei soorten hielpijnklachten. Hierdoor is veel onduidelijkheid ontstaan omtrent het begrip 'hielpijn'. Zo wordt bij fasciitis plantaris ook vaak de aspecifieke term 'hielpijnsyndroom' (HPS) gebruikt. HPS is echter slechts een verzamelnaam voor een groep hielaandoeningen die men niet (direct) kan herleiden tot een adequate diagnose. Zo kan een (onbegrepen) enthesopathie HPS worden genoemd. Deze enthesopathie kan een aanhechtingsontsteking van de m.flexor brevis zijn, maar ook ontsteking van de aanhechting van de fascie plantaris. Als de pijnklachten zich beperken tot pijn bij de aanhechting van de fascie plantaris, wordt de aandoening meestal HPS genoemd; bij fasciitis plantaris is de pijn vooral aanwezig onder de middenvoet.   Behandeling Steun onder het mediaal geleng verergert de pijnklachten bij fasciitis plantaris: door de opdruk die hierdoor ontstaat, neemt de spanning op de vezels toe. Rust, ontstekingsremmers, wisselbaden, ultrasound en het tapen van de voet bevorderen het genezingsproces. Wanneer deze behandelingen onvoldoende effect hebben, wordt een voetorthese toegepast. Voetorthese De voetorthese heeft als doel de spanning op de plantaire fascie te verminderen. Hiertoe moet de orthese de voet inverteren (in varusstand brengen) en tegelijkertijd een druk uitoefenen op het os naviculare en het laterale aspect van de voorvoet, zonder dat directe opdruk ontstaat onder de weke delen van de mediale voetboog. Deze manier van ondersteunen van de voet heeft overigens absoluut geen effect bij HPS.   Bij fasciitis plantaris is zelden tot nooit een chirurgische ingreep nodig. terug Verdere Info.