Plantaire hielpijn: hielspoor Een hielspoor (spina calcanei of calcaneusspoor) is een benige uitwas (doornvormige verkalking) onder de calcaneus ter hoogte van de origo van de fascie plantaris. Een hielspoor wordt vastgesteld na fysiek onderzoek en een röntgenfoto. In sommige gevallen is de uitwas echter zo klein, dat deze niet op een röntgenfoto is te zien. Aan het begin van de vorige eeuw werd verondersteld dat een hielspoor de oorzaak zou kunnen zijn voor het ontstaan van plantairmediale hielpijnklachten. Later ging men ervan uit dat een hielspoor zelfs de grootste veroorzaker van hielpijnklachten was. De behandeling van hielpijnklachten bestond dan ook uit het operatief verwijderen van een hielspoor. Pas begin jaren zestig ontdekte men dat lang niet iedereen met een hielspoor ook pijnklachten heeft, en dat bij hielpijn niet altijd sprake is van een hielspoor. Een hielspoor is dus niet altijd de directe oorzaak van hielpijn. Dit heeft mede te maken met het feit dat een hielspoor vaak diep in de plantaire fascie is genesteld, specifiek in het niet gewichtdragende gedeelte van de m.flexor digitorum brevis. Oorzaken: Door overbelasting of een afwijkende stand van de voeten kan veel spanning komen te staan op de plantaire fascie en de musculatuur van de voet. Door die constante tractiekracht (trekkracht) kunnen kleine scheurtjes ontstaan op de plaats waar het peesblad en de spieren hechten aan de calcaneus. Bij de genezing van die aanhoudende beschadigingen ontstaat botuitwas (botspoor, hielspoor). Vanwege de tractie die ten grondslag ligt aan de aandoening wordt de benige uitwas ook wel eens 'tractiespoor' genoemd. Sommige wetenschappers veronderstellen dat een hielspoor het gevolg kan zijn van ankyloserende spondylitis (ziekte van Bechterew, een gewrichtsontsteking van de wervelkolom) of van periostitis (beenvliesontsteking) van de calcaneus. Een hielspoor kan om verschillende redenen pijn geven: •door overbelasting van de peesaanhechting aan de calcaneus; •door de druk van het hielspoor (de botuitwas) zelf; •door druk op een passerende zenuw die door het hielspoor in de verdrukking komt. Verschijnselen De meeste mensen met een hielspoor hebben geen pijnklachten. Wanneer er wel verschijnselen optreden, gaat het vaak om vochtophoping in de bursa (slijmbeurs) onder het hielspoor, weefselontsteking en kloppende pijn. Bij het lopen of staan voelt de cliënt pijn aan de onderkant van de hiel. De calcaneus kan pijn doen als er op gedrukt wordt en er kan een lichte zwelling ontstaan. Het komt voor dat een cliënt met een hielspoor de stand van de voet aanpast om de pijn te verminderen. Hierdoor kan een hielspoor juist verergeren. Behandeling : Een hielspoor verdwijnt meestal weer vanzelf. Rust bevordert het genezingsproces. Bij een afwijkende stand van de voet kunt u corrigerende therapiezolen toepassen. In ernstige gevallen kan een huisarts pijnstillers voorschrijven, of indien nodig, een injectie met een steroïdepreparaat toedienen. Wanneer de pijn na deze behandelingen niet verdwijnt, wordt een chirurgische ingreep overwogen. Dit is echter zelden noodzakelijk Het gebied met maximale pijn bij een cliënt met (1) fasciitis plantaris en (3) HPS terug